Museumstof 226: kinderen en het verleden

Museumstof 225: Peter Carl Theodoor Lens
May 17, 2014
Museumstof 227: ratel en klepper
May 17, 2014
Show all

Museumstof 226: kinderen en het verleden

Het kinderboekenfestival is bij uitstek de gelegenheid om een kinder- of jeugdboek te promoten. In 2013 heeft de Stichting Surinaams Museum een jeugdboek uitgegeven met de titel ‘De toverlantaarn van meester Furet’ (in de serie Libri Musei Surinamensis, 7b). Dit boek wordt dit jaar ook op het KBF aan de scholen gepresenteerd. Het is een uitgave gericht op de hoogste klassen van het lager onderwijs en de jongeren van de eerste klassen van mulo en voj. De dames van de educatieve dienst van het museum, Joanna en Sabrina, vertellen eerst het verhaal aan de hand van 18 tekeningen. Het leven van een blankofficier komt voorbij; hij meldt zich als jongeman aan bij de directeur van de plantage, die hem al meteen vertelt dat hij zijn mooie kleren beter in de stad kan laten. Dat belooft niet veel goeds. musstof-226Per pont vaart hij naar de plantage ‘Atroce’. Ook die naam is veelzeggend. Atroce betekent wreed, gruwelijk, slecht. De blankofficier, Peon Pret, krijgt instructies van zijn baas, die een goed leven leidt. Peon echter heeft het niet best in zijn onderkomen vol ongedierte. Hij valt uit de hangmat en wordt uitgelachen door zijn ‘futuboi’. Ook zijn eten is niet veel soeps. Hij wordt verliefd op de mooie slavin Flora, maar de directeur beschouwd haar als zijn bezit en laat haar afranselen. Peon wordt weggestuurd van de plantage. Hij verdrinkt zijn verdriet, wordt ziek en sterft uiteindelijk. Geen vrolijk verhaal, vandaar dat het voor wat oudere kinderen is. Op het kinderboekenfestival gaat het niet alleen om de inhoud van het boek, maar dient er ook een passende didactische werkvorm bij uitgevoerd te worden. En waar leent dit verhaal zich beter toe dan het uit te beelden? De leerlingen spelen het na als een toneelstukje en doen dat met veel verve. Ze laten al hun reserves varen en bieden zich aan om de rol van Peon, de plantagedirecteur, de futuboi of Flora te vervullen. Met kleurige lappen worden ze aangekleed, en een strohoed maakt het compleet, precies zoals Peon er een droeg. De futuboi brengt zwartgeblakerde bakabana en koffie met regenwater. En natuurlijk wordt Peon verliefd op Flora en maken ze een geheim afspraakje. Door het verhaal te laten naspelen controleren we meteen of de leerlingen de inhoud hebben gevolgd en begrepen. En natuurlijk ontdekken we bij hen ook bijzondere talenten. Het museum heeft besloten dit boek als jeugduitgave te brengen, omdat het een uniek document is. W.E.H. Winkels schreef in 1840 dit verhaal dat op vrij realistische wijze weergeeft hoe een blankofficier zijn tijd doorbracht. De originele versie is niet op de jeugd gericht, maar is een satirische schets op het plantageleven. De link met de titel moet wel worden uitgelegd. Winkels maakte een serie tekeningen en teksten om die met een toverlantaarn (een voorloper van de diaprojector) op de muur te laten zien. Meester Furet toonde het verhaal over Peon Pret dus aan een publiek. Het jeugdboek is deel van een driedelige cassette, een doos waarin drie boeken zijn verzameld; de originele tekst en de platen van Winkels, de jeugdversie, en een studie over het leven van de blankofficier. Maar de delen zijn ook los verkrijgbaar. Zodat de jeugd de versie die speciaal voor hen is ontwikkeld, ook apart kan aanschaffen.