Museumstof 014: een kwestie van tijd
oktober 8, 2002
Museumstof 016: Anne Frank
oktober 15, 2002
Show all

Museumstof 015: ten voeten uit

Op de vorige museumstof, die ging over Dandie Oloisi kregen we een tweetal aardige reacties. Via Orlando Emanuels zette dhr. Richard Korsten ons op het spoor van een odo over Dandie Oloisi. We vonden hem als volgt terug in Sranan Pangi van Johanna Schouten-Elsenhout: Te so fara, no wan enkri yuru moro na masra Dandi oloisi. Met als vertaling: Tot zover, geen stap verder. En mevr. Winni Wesenhagen vertelde ons dat als zij als kind haar moeder iets vroeg, bijvoorbeeld om naar de kermis te mogen, het antwoord weleens kon luiden: no wán yuru na Dandie Oloisi, m.a.w. daar komt niets van in.

Voor deze aflevering zijn we eens in de ethnografische collecties gedoken, met name de indiaanse of inheemse. Wat bij het doorlopen van die collectie direct opvalt is dat men zoveel gebruik maakt van wat de directe leefomgeving te bieden heeft. En dat is natuurlijk niet verwonderlijk wanneer je vrijwel volledig, en vroeger natuurlijk helemaal, afhankelijk bent van die omgeving. We zien bijvoorbeeld klei om aardewerk van te maken, plantaardige vezels om te vlechten, katoen om te spinnen, hout om onder andere bankjes van te vervaardigen, natuurlijke kleurstoffen en veren om mee te versieren, voorts het gebruik van pitten en zaden voor sieraden, been om pijlpunten of fluiten uit te vervaardigen en steen waar lang geleden bijlen van gemaakt werden, enz. enz. Vrijwel al dit materiaal is erg kwetsbaar en vooral ook erg vergankelijk. Het mag dan ook een wonder heten dat het Surinaams Museum wat dit soort zaken betreft over vrij oude voorwerpen beschikt die nog in redelijk goede staat verkeren.

015-2015-1

In die collectie bevinden zich drie wel zeer unieke en ingenieuze voorwerpen, gemaakt van gevlochten plantaardige vezels, vermoedelijk van de Mauritiepalm. Het betreft drie zeldzame sandalen, afkomstig van de Trio, die in het uiterste zuiden wonen. Dergelijke sandalen worden op meer plaatsen in de Amerika’s aangetroffen. In Suriname dienden zij vooral om over de verbrande savanne of het hete zand van de savanne te lopen. Er valt in de literatuur niet veel over terug te vinden. Dat komt misschien omdat ze alleen voor tijdelijk gebruik gemaakt werden; slechts een paar dagen, dan waren ze versleten en moest een nieuw paar vervaardigd worden. Het zijn dus eigenlijk wegwerpsandalen. Ze worden beschreven en afgebeeld in vroege publicaties (jaarverslagen 1902 en 1916-1917) van het Smithsonian. Onbekend is of dergelijke sandalen nog steeds gemaakt en gebruikt worden. Het is zelfs de vraag of de huidige generatie weet heeft van dergelijke zaken uit het verleden. Badslippers en (sport-)schoenen hebben inmiddels hun intrede gedaan. Ze zijn ons behalve van het genoemde Smithsonian niet bekend van andere museale collecties. Hoe dan ook, in al hun eenvoud geven ze ons meer informatie dan je op het eerste gezicht zou denken en wordt tevens aan de hand van dergelijke vondsten langzaamaan een steeds beter beeld gevormd van de vroege culturen in Suriname. Dat is niet alleen belangrijk voor de geschiedenis van Suriname maar meer nog voor de nazaten van de vroege bewoners. Het kennen van je eigen geschiedenis draagt namelijk in belangrijke mate bij aan je identiteit!