In de stijlkamers in huis 9 op het Zeelandiacomplex stond lang een verzameling meubelen opgesteld, die verdeeld was over een woonkamer en een slaapkamer. In de ‘voorzaal’ stond ondermeer een set met Wenerhouten meubelen; stoelen en zitbanken gemaakt van gebogen hout, compleet met een rieten zitting en soms ook een rieten rugleuning. Vooral de zwierige Wenerhouten schommelstoelen zijn in Suriname erg bekend.
Eigenlijk is de benaming ‘Wenerhouten meubelen’ niet juist. In de eerste plaats bestaat er geen hout dat zo heet en in de tweede plaats komen de stoelen niet uit Wenen. In het Duitse plaatje Boppard werd in 1796 een jongeman, Michael Thonet, geboren in een streek waar veel aan meubelvervaardiging werd gedaan. Thonet vestigde zijn eigen werkplaats al toen hij pas 23 jaar was. In die tijd waren de meubelen vaak vrij zwaar en gemaakt van mahoniehout. Omdat de vraag naar lichtere meubels steeg, begon Thonet te experimenteren met diverse houtbewerkingstechnieken. Als beste kwam het buigen van hout uit de bus. Thonet zaagde repen hout in de lengterichting van de nerf en lijmde deze op elkaar. Deze stroken hout werden gestoomd en in een mal in een ronde vorm gebogen.
Het bijzondere van deze techniek was dat er binnen korte tijd veel meubelen van een zelfde soort geproduceerd konden worden. Aanvankelijk werden de ontwerpen van Thonet geroemd als curiosa en niet als mooie functionele meubelen. Dit kwam omdat Thonet graag wilde laten zien wat er met de buigtechniek allemaal mogelijk was.
Uiteindelijk werd een bepaalde stoel, de zogenaamde nummer 14, erg bekend. In een Weens paleis had men een grote serie stoelen nodig om aan te schuiven wanneer er grote gezelschappen op bezoek kwamen. Deze stoel is nu nog steeds populair en veel nagemaakt. Het is de meest bekende caféstoel geworden. Dit was ook een probleem voor Thonet, want natuurlijk wilden veel meubelmakers na zoveel succes zijn stoelen graag namaken. Samen had hij inmiddels met zijn drie zonen de collectie Thonetmeubelen aanzienlijk uitgebreid en kreeg hij patent op een aantal ontwerpen. De modellen gingen met de mode mee en er kwamen een aantal veranderingen die de collectie geschikt maakte voor een grote markt. De onderdelen bestonden niet langer uit gelijmde stroken hout, maar werden vervaardigd uit gestoomd gebogen beukenhout. Eerst werden de meubels nog met een laagje mahoniefineer afgewerkt, later werden ze gebeitst of geverfd. Aanvankelijk werden de stoelen in elkaar gelijmd. Door met schroeven te werken, werden ze ook voor buitenlandse markten erg geschikt. De koper kon ze zelf gemakkelijk in elkaar zetten. Veel gebogen meubelen met rieten zitting hebben rond 1900 hun weg naar Suriname gevonden. Een aantal originele Thonetmeubelen, maar ook wel namaak. Als u wilt weten of u een echte ‘Thonet’ van gestoomd, gebogen beukenhout in uw voorzaal hebt staan: een ijzeren plaatje met de merknaam erin is het keurmerk van echtheid.