Museumstof 35: het levende boek
januari 14, 2003
Museumstof 37: In stijl blijven
januari 27, 2003
Show all

Museumstof 36: Van mond tot mond

Regelmatig wordt het Surinaams Museum bezocht door mensen die naar aanleiding van wat ze zien in het museum of op de plek waar ze zich bevinden, het Fort Zeelandia, iets te melden hebben. Zeer uiteenlopende informatie komt op die manier naar ons toe. Af en toe is die informatie zeer waardevol. Soms is het aanvullende informatie over tentoongestelde zaken, soms betreft het mensen die lang tot zeer lang geleden in Suriname waren en naar aanleiding van het museumbezoek herinneringen ophalen. Zo was er laatst een meneer uit Nederland die als militair een jaar of veertig geleden een paar weken in een cel in het fort zijn straf moest uitzitten. Jammergenoeg kon hij zich niet meer goed oriënteren, daarvoor was er misschien teveel veranderd ten tijde van de restauratie eind jaren ’60.

Enkele jaren geleden kregen wij bezoek van dhr. Hofmeijer, die als voorman-metselaar van het aannemersbedrijf Woudenberg in augustus 1968 voor enige tijd naar Suriname kwam. Van hem kregen we niet alleen interessante informatie over de restauratie, hij gaf ons tevens een serie foto’s uit die tijd. Hier volgt een kleine greep uit de informatie die hij ons toespeelde:

In het metselwerk werden de sporen teruggevonden van ramen. Daarbij kon een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen kruiskozijn en kloosterkozijn. Bij een kruiskozijn is het raam in vieren gedeeld. Centraal bevindt zich dus een ‘kruis’. Het kloosterkozijn bestaat uit twee delen, een bovenste en een onderste helft, gescheiden door een houten lijst.

Bij de plantage Mon Souci te Commewijne stond een enorme schuur die vol leipannen lag. De eigenaar van Mon Souci zat in Nederland. Hij was bereid de pannen te ruilen tegen zinkplaten. Nu weet U dus waar die mooie dakpannen op het fort vandaan komen. De pannen werden stuk voor stuk schoongeboend door een moeder met haar dochter en kleindochter.

De oudere lezer zal zich wellicht nog herinneren dat het fort tot 1967 in gebruik was als gevangenis. Op bastion Middelburg, waar de vlaggenmast staat, stond het huis van de directeur, dat van buitenaf bereikbaar was met een trap. Bij de restauratie werd het huis van de directeur gebruikt als bouwkeet en is later verdwenen.

Bij de restauratie van de klipstenen (schelpstenen) muren werden de klipstenen gehaald uit Groningen. Om precies te zijn: ze kwamen op een diepte van 1,5 meter onder het voetbalveld vandaan. Het werk te Groningen werd uitbesteed. Er werd per kubieke meter betaald en wanneer de stenen werden aangeleverd, werden ze vóór het fort opgestapeld.Het restauratiebedrijf nam een steiger mee uit Nederland. Dat was de eerste metalen staande steiger in Suriname.

Duidelijk is het verschil in kleur en vorm van de bakstenen stenen te zien. Hier zijn gele en rode stenen gebruikt op plaatsen waar voorheen vermoedelijk een raam of deur gezeten heeft.

Duidelijk is het verschil in kleur en vorm van de bakstenen stenen te zien. Hier zijn gele en rode stenen gebruikt op plaatsen waar voorheen vermoedelijk een raam of deur gezeten heeft.

Er zijn in het fort verschillende soorten bakstenen gebruikt. De stenen komen uit heel Nederland en werden o.a. als ballast gebruikt voor de schepen die op Suriname voeren. Er zijn Friese stenen, er is de “Dordtse drieling” en er zijn stenen van het “Vechtformaat” (de Vecht is een rivier). Er zijn drie kleuren stenen. Vooral in de muur van het gebouw aan de rivierzijde is dat nog goed te zien. Voorheen waren er geen afvoergoten in het fort. De onderste laag stenen werd daarom geteerd om het vocht te weren.

Bij de restauratie werd dankbaar gebruik gemaakt van de meestermetselaar Lind (?). Dhr. Lind was gespecialiseerd in het metselen van graven en grafmonumenten. Let U op de diverse begraafplaatsen maar eens op het mooie afgeronde metselwerk van rode bakstenen. Dat werk wordt tegenwoordig niet meer gedaan. In de gevels van de diverse gebouwen zijn de zgn. boerenvlechtingen te zien, een buitenlandse manier van afwerken van de gevels. Daarentegen kom je ook in Nederland het typisch Surinaamse metselwerk tegen, bijvoorbeeld bij het Paleis van Justitie te Middelburg.

Op de binnenplaats heeft een beerput gezeten, als je de poort binnenloopt, links. Die beerput werd emmer voor emmer geleegd door iemand die er daartoe letterlijk in- en uit- moest klimmen.

Kortom, het is duidelijk waar een toevallige ontmoeting toe kan leiden. Let u er bij een volgend bezoek aan het museum eens op of U iets herkent van bovenstaande informatie.