Museumstof 33: van vrouwenleven
januari 10, 2003
Museumstof 35: het levende boek
januari 14, 2003
Show all

Museumstof 34: gon no sabi en basi

Het Surinaams Museum bezit een mooie collectie antieke wapens. Ruim twintig jaar, sedert 1982, is deze collectie niet meer te zien geweest. Hoewel aan de beteksting nog het een en ander gedaan moet worden, is vanaf heden een deel ervan weer te bezichtigen. Tot de collectie behoren degens, zwaarden, geweren, pistolen e.d. Vanaf het begin van de kolonie Suriname is er regulering geweest met betrekking tot allerlei soorten wapens. Dat betrof dan zaken als het bezit ervan, de verdeling, de verplichte hoeveelheden op plantages van wapens en kruit, de verplichting om wapens in de boot te hebben enz.

Op 6 januari 1683 vond ter gelegenheid van de overdracht van Suriname aan de West-Indische Compagnie een inventarisatie plaats. Daarbij telde men o.a. 50 kanonnen, 6 ‘steenstukken’, 12.000 lb ‘bospulver’, 2.500 loden kogels, 50.000 pond ijzeren kogels, 250 houwers en ‘portepeen’ (?), 275 snaphanen en ‘carbijns’, bandeliers en patroontassen en 5 vaartuigen met toebehoren. Als we de aantallen goed tot ons laten doordringen, realiseren we ons op basis daarvan uit hoe weinig mensen de kolonie in die tijd eigenlijk bestond. Op 31 december 1706 bijvoorbeeld, telt Suriname 747 blanken en 9.998 slaven. Om een beetje een idee te hebben hoe het er bij de regelgeving aan toe ging, geven we in deze Museumstof hiervan enkele voorbeelden:

19 februari 1760. Notificatie. Kapiteins moeten aan de kruitverkoper opgeven hoeveel kruit en geweren zij aan boord hebben. Aan slaven mag men geen geweer verkopen. Een ieder die aan een slaaf een geweer verkoopt krijgt een boete van F 500.

14 december 1778. Notificatie. Verbod om zonder vergunning voor bosnegers geweren te repareren.

8 mei 1698, 9 mei 1741 en 15 augustus 1777: verbod aan slaven om met “stokken, sweerden en knippels” de straat op te gaan. Opvallend hierbij is dat hetzelfde verbod zich uitstrekt over een periode van minstens 80 jaar en in die periode dus niet of nauwelijks aan verandering onderhevig is.

18 januari 1684. Verbod om ongewapend op de rivier te varen. In verband met mogelijke aanvallen door de indianen zijn de blanken verplicht om vanaf een kwartier varen vanaf het fort, te beschikken over “goede snaphanen en sijdtgeweer ende tenminsten van sodanigen quantiteyt kruyt en loodt dat ider blancke in de verszegde vaartuigen sijnde twaelff schoten can schieten, op paene van vijffhondert ponden suicker die bevonden sal werden dese ordonnantie niet nae te comen.” Met andere woorden: als je op een afstand van een kwartier varen van Fort Zeelandia was, dan was je verplicht om wapens aan boord te hebben, zodanig dat iedere blanke op zijn minst twaalf schoten zou kunnen lossen. Op het niet naleven van deze regel stond een boete van 500 pond suiker. De munten die in die tijd gebruikt werden, waren o.a. zgn. papegaaienduiten. Op de duit was een tak afgebeeld met daarop een papegaai. Het aantal blaadjes dat de tak telde, een, twee of drie, gaf het aantal ponden suiker aan dat de duit vertegenwoordigde. Suiker was een wettig betaalmiddel, vandaar dat de straf in ponden suikers werd aangegeven.

25 oktober 1730, 22 januari 1731. Plakaat. Verbod om aan slaven kruit of lood te verkopen, tenzij de slaven over een permissiebriefje van hun meester of meesteres beschikten. Op niet naleven van deze regel stond een straf van F 500. Dit verbod werd later uitgebreid met het verbod op het verkopen van geweren, snaphanen, houwers, messen en verboden gereedschappen. Door de jaren heen werd het verbod een aantal keren herhaald en op onderdelen aanpast. In 1780 werd bepaald dat indien dergelijke zaken aan slaven, bos- of vrije negers of indianen werden verkocht, de verkoper met de dood werd gestraft en de aanbrenger een premie van 1.000 gulden kreeg. De kruitverkopers werden van overheidswege aangesteld.

8 mei 1677. Plakaat. Elke inwoner van Suriname was verplicht over wapens te beschikken, t.w. een snaphaan, een degen, 2 lb lood en 2 lb kruit. Men werd geacht zichzelf te kunnen verdedigen en op de hoede te zijn voor aanvallen van welke aard dan ook van buitenaf. Ook dit gebod werd meerdere malen, al dan niet aangepast herhaald.

Tot zover een en ander over de regelgeving m.b.t. wapens. Een van de volgende afleveringen zal dan over de wapens zelf gaan.