Tijdens het kinderboekenfestival, dat liep van 27 mei tot en met zaterdag 1 juni, was het een drukte van jewelste op het KKF-terrein. Een groot aantal kinderen kwam in klassenverband om aan activiteiten deel te nemen die met leesbevordering te maken hadden. Het thema was ‘welzijn’. Er zijn 11 nieuwe kinderboeken gepresenteerd, waaronder een uitgave van de Stichting Surinaams Museum (in de serie Libri Musei Surinamensis zijn het delen 7a-b en c). Deze uitgave, “De Toverlantaarn van meester Furet” is heel bijzonder. Het is een gedrukte versie van een manuscript met 18 tekeningen uit 1840 van W.E.H. Winkels dat zich in de antiquarische bibliotheek van het museum bevindt. Het verhaal gaat over een blankofficier, genaamd Peon Prêt. Omdat Winkels zulke sprekende tekeningen heeft gemaakt bij het verhaal, drong meteen het idee zich op om er ook een jeugduitgave van te maken. Dit verhaal sluit enorm goed aan bij het thema van het kinderboekenfestival, want echte welzijn beleeft deze blankofficier niet. De directeur van de plantage (Atroce) ontvangt hem op nogal barse toon en stuurt hem meteen de regen in om op de slaven te letten. Daarbij jaagt hij ook nog zijn hondje weg, want die horen niet op plantage. Peons’ schoenen gaan er aan, en ook zijn andere nette kleding kan hij niet dragen. Hij wordt gehuisvest in een vieze kamer met allerlei ongedierte, en omdat hij het niet gewend is om in een hangmat te slapen, valt hij daar ook steeds uit. Een futu boy brengt hem koffie die overloopt van het regenwater, en ook de baka bana op het schoteltje is verregend. Verder lijkt het alsof hij enkel bakkeljauw te eten krijgt, terwijl er toch genoeg lekkers op de plantage te vinden is. Maar niet voor hem, alleen voor de bevoorrechte directeur. Peon mag ook niet met het mooie slavenmeisje Flora praten. Als de directeur merkt dat hij toch stiekem een afspraakje met haar heeft gemaakt, jaagt hij Peon van de plantage en laat hij Flora afranselen.
Sabrina en Joanna van de educatieve dienst van het museum hadden de platen uit het boek vergroot, en vertelden het verhaal aan de kinderen. Daarna mochten die het naspelen. Er waren genoeg aanknopingspunten om er een spannend toneelstukje van te maken. Opvallend was hoe feilloos de kinderen van de klas de hoofdrolspelers uitkozen. Ze wisten precies wie welk karakter het beste kon uitdrukken. En zo zijn er de gehele week klassen geweest die het verhaal van de blankofficier hebben nagespeeld. De kinderen hadden de beschikking over een mooie verweerde verkleedkist met lappen en doeken, oud schrijfmateriaal en hoeden om zich te verkleden en zich zo in te leven in hun rol.
Dit is een aantrekkelijke, interactieve manier om geschiedenis voor het voetlicht te krijgen. En ook heel goed te gebruiken in de klas. Dat was dan ook de bedoeling; om leerkrachten ideeën te geven hoe ze vaak taaie stof aan de kinderen over kunnen brengen op een prettige wijze. Al benieuwd hoe het afloopt? Dan kunt u de platen bekijken in een tentoonstelling in het Surinaams museum of het boek betrekken bij de museumwinkel. U zult zeker genieten van de prachtige tekeningen en de zeer levendige tekst van Winkels, of de versie die Hilde Neus heeft herschreven voor de jeugd (vanaf 10 jaar).