Museumstof 29: Pasensi sma n'a lasi

Museumstof 28: de grafzerk als levensverhaal
december 27, 2002
Museumstof 30: Tinnegoed
januari 3, 2003
Show all

Museumstof 29: Pasensi sma n'a lasi

Aflevering 18 van Museumstof handelde over het begrip museum en de verzamelingen die in het verre verleden werden aangelegd, uitmondend in musea zoals we die vandaag de dag kennen. Het aanleggen van verzamelingen en de bedoeling die te bewaren voor het nageslacht impliceert dat er met zorg met die verzamelingen moet worden omgesprongen. Afhankelijk van het type verzameling moeten voorwaarden gecreëerd worden om ze in optima forma te houden. Een beeldende kunst-verzameling stelt hele andere eisen aan het onderhoud ervan dan bijvoorbeeld een textiel- of een fotoverzameling. Elke type voorwerp, misschien is het zelfs beter om te spreken van elke materiaalsoort, stelt zijn eigen eisen. Sommige materialen moeten gekoeld, andere juist niet gekoeld bewaard worden. Stof en licht zijn op de lange termijn vaak funest. En wat te doen als een bepaald voorwerp uit verschillende materialen bestaat, die elk zo hun eigen eisen stellen?

Om verzamelingen goed te kunnen beheren en te behouden zijn er tegenwoordig speciale opleidingen. De studie museologie is binnen de wetenschap tegenwoordig een zelfstandige discipline. De grootste West-Europese dagopleiding Museologie staat in Amsterdam. Elders, bijvoorbeeld in Italië bevinden zich gespecialiseerde opleidingen met betrekking tot conserveren en restaureren van allerhande voorwerpen, al dan niet historisch. Binnen de opleidingen kan men zich verder specialiseren, bijvoorbeeld op het gebied van de educatie, collectiebeheer of museummanagement.

Helaas kent Suriname geen opleiding met betrekking tot het werken in een museum. In ons land is jammer genoeg veel te weinig kennis voorhanden op het gebied van museumbeheer, conservering/restauratie e.d. De benodigde kennis zullen we dus uit het buitenland moeten halen. Belangrijk daarbij is uiteraard dat er dan ook aan kennisoverdracht gedaan wordt, zodat zich langzaam maar zeker ook binnen Suriname een bron aan kennis kan vormen die nationaal kan worden aangewend. Voorwaarde is natuurlijk ook dat er voldoende belangstelling bestaat voor het eigen cultureel erfgoed. Voor het onderwijs is hier een belangrijke taak weggelegd.

Zich geheel bewust van haar grote verantwoordelijkheid legde geruime tijd geleden, al in 1989, het toenmalige bestuur van de Stichting Surinaams Museum bij de Nederlandse ambassadeur het verzoek neer om ondersteuning te krijgen bij het beheer en behoud van de museumverzamelingen. Een nieuw depot en een nieuw museum (Fort Zeelandia kwam pas in 1995 weer in de boezem van het Surinaams Museum terug) waren de wensen. Het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad om een en ander van de grond te krijgen. Het is niet opportuun om in dit stukje 13 jaren depotgeschiedenis de revue te laten passeren. Wel mag genoemd worden dat het bezoek van minister Hedy d’Ancona in 1993 aan het museum er toe leidde dat de bouw en inrichting van een nieuw depot werden opgenomen in het zgn. raamprogramma.  ms029

Helaas leidden politieke ontwikkelingen ertoe dat per 1 oktober 1998 het raamprogramma niet werd verlengd. Dat hield tevens in dat de bouw van het depot, die reeds gestart was, abrupt werd afgebroken. Inmiddels zijn we vier jaren verder en is er vanuit de stichting achter de schermen voortdurend aan een oplossing gewerkt. Zo kon bijvoorbeeld het nieuwbouwgedeelte met geld uit eigen gegenereerde middelen, voornamelijk donaties, van een nieuw dak worden voorzien. Een noodkreet aan staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur leidde ertoe dat vervolgens het gehele pand een nieuw dak kon krijgen. Aan de vele lekkages en het ongedierte, dat zich in de houten dakconstructie ophield, kwam daarmee gelukkig een einde.

Onlangs bereikte ons het grote nieuws dat een aanvraag, die opnieuw bij Nederland werd ingediend, is gehonoreerd. Met het Tropenmuseum uit Amsterdam als counterpart, kunnen we de verbouw en de herinrichting van het depot voortzetten. Tevens wordt door het Tropenmuseum een trainingsprogramma opgezet dat ook bedoeld is voor belanghebbenden van andere instituten, denk bijvoorbeeld aan het openluchtmuseum Nieuw Amsterdam, het Muntmuseum en het Maritiem museum.

Met de realisering van het museumdepot wordt de weg gebaand naar meer en betere ontsluiting van de verzamelingen in de vorm van tentoonstellingen, publicaties e.d. Kortom, wij zitten niet stil en U zult daar hopelijk de komende jaren, meer nog dan voorheen de vruchten van kunnen plukken.