Museumstof 277: in memoriam Frans Bubberman

Museumstof 276: Museumnacht 2019
June 3, 2019
Baka Foto
June 3, 2019
Show all

Museumstof 277: in memoriam Frans Bubberman

Op 15 mei jl. overleed Frans Bubberman (Buitenzorg, Ned. Indië 12-11-1928 – Rheden 15-05-2019).

Na hier zijn stage gelopen te hebben kwam Frans als houtvester in 1957 terug naar Suriname waar hij te werk werd gesteld bij de Dienst ’s Lands Bosbeheer (LBB), waar hij uiteindelijk jarenlang de leiding had.

In enkele andere herinneringen die aan Frans werden opgehaald, is zijn grote verdienste op zijn vakgebied, alles wat met het Surinaamse bos te maken heeft, al aan de orde gekomen. Frans is echter ook geruime tijd (midden jaren ’60 – 1982) lid geweest van het stichtingsbestuur van het Surinaams Museum. Zijn betrokkenheid bij dit instituut was enorm en zelfs tot op hoge leeftijd kwam hij ons de helpende hand bieden wanneer hij in Suriname was. Hij verbleef bij voorkeur in ons logeergebouw, dicht bij de werkplek. Hier volgt in dit te korte bestek een willekeurige greep uit het vele dat we over Frans kunnen vertellen.

Frans in zijn element, tijdens tocht naar Copi, wadend door het zwamp, de korjaal voorttrekkend.

Zijn belangstelling voor archeologie, vast en zeker aangewakkerd door de bijzondere vondsten die hij zelf deed, heeft ongetwijfeld aan de basis gelegen van zijn verbondenheid met het museum. In 1992 publiceerde hij in de serie Mededelingen van het Surinaams Museum, samen met Aad Versteeg, een eerste overzicht van de archeologie in Suriname: Suriname voor Columbus. Maar jaren eerder al verschenen artikelen van zijn hand over dit onderwerp.

Frans kon honderduit vertellen, en hoewel hij vaak in herhaling verviel, verveelde het nooit! Hij bezat veel parate kennis over zijn periode bij het museum. In enkele opgenomen gesprekken die met hem gevoerd werden, komt een schat aan gegevens naar boven. Maar ook verrassingen. Wist u bijvoorbeeld dat de zonnewijzer op de binnenplaats van Fort Zeelandia op zijn aanwijzing vervaardigd werd? Gek genoeg wordt de zonnewijzer in een standaardwerk over bouwkunst in Suriname aangemerkt als een origineel 18e eeuws exmplaar. We zullen het maar als een groot compliment aan het adres van Frans beschouwen.

Bij de restauratie van Fort Zeelandia (1968-1972) was een belangrijke inbreng van Frans de aanlevering van plavuizen en dakpannen, die hij o.a. wist te vinden op de plantage Dageraad. Met indiaanse rugmanden, de mutetes, werden ze daar weggehaald en naar de stad gebracht. Wat een onvoorstelbare klus moet dat zijn geweest! De binnenplaats van het fort was oorspronkelijk van zand. Bij de restauratie veranderde dat. Bij de eerste inrichting van het museum in 1972 was hij nauw betrokken, niet alleen fysiek maar ook met het schrijven van teksten.

Een aantal jaren geleden kon het fotoarchief van LBB door een alerte ‘betrokkene’ op de valreep gered worden van vernietiging. Het stond op het punt verbrand te worden. Dit archief werd ijlings ondergebracht bij het museum. Frans heeft het met kennis uit de eerste hand opnieuw geïnventariseerd en een nieuwe handleiding geschreven. Er zit prachtig fotomateriaal bij, vooral uit de jaren ’50 en ’60. Je moet er niet aan denken dat dit materiaal er bijna niet meer was geweest. En wat zegt dit eigenlijk over onze notie van het verleden!?

Een genoegen was het om met Frans, zoon Bart en de directie van het museum enkele keren het Kordonpad te bezoeken. Zijn kennis over dit pad legde hij samen met Rob van Petten vast in de publicatie “Het Kordonpad van Suriname”.

Op zijn laatste, tevens afscheidsbezoek aan Suriname in 2015 was hij vergezeld van kinderen en kleinkinderen. Met enkele oud-collega’s van Bosbeheer werd in het museum een gezellige avond georganiseerd.

Frans vertelde vaak dat hij niet alleen zo’n mooi en rijk leven heeft gehad maar vooral ook dat hij zo ontzettend veel geluk heeft gehad in zijn leven. Het grootste geluk wellicht, dat tevens een traumatische ervaring moet zijn geweest, was dat hij zijn eigen leven redde door als 16-jarige in januari 1945 uit de trein naar Duitsland te springen. Zijn vader en broer, inmiddels gelouterde verzetshelden, en zovelen anderen was dat niet gegund. Zij overleefden concentratiekamp Neuengamme niet.

Ons geluk is dat wij Frans hebben mogen leren kennen als iemand die een onuitwisbare indruk bij ons heeft achtergelaten en ons ongemerkt wijze lessen voor het leven heeft meegegeven.

Frans was met recht een stonfutu van het museum!