Museumstof 271: De zorg voor weeskinderen

Museumstof 270: een sluitende begroting
June 3, 2019
Museumstof 272: de politie in vroeger tijden
June 3, 2019
Show all

Museumstof 271: De zorg voor weeskinderen

Vaak denken we dat bepaalde sociale verschijnselen van deze tijd zijn, maar dat is niet altijd waar. Dat bepaalde zaken van belang waren in Suriname, blijkt wel uit enkele kleine boekjes die bewaard worden in de bibliotheek van het Surinaams Museum. Deze betreffen de zorg voor weeskinderen. In sterke familieverbanden werden zij vaak opgenomen door bepaalde gezinnen die zich dat konden permitteren, of waarin meerdere kinderen waren waarmee de weesjes op konden groeien. Maar in een maatschappij waar regelgeving steeds meer de norm werd, vond de overheid dat zij ook een plicht had om voor ouderlozen te zorgen. Daartoe maakte men wetgeving en werden er financiën gereserveerd. Voor de kolonie Suriname is er al in een heel vroeg stadium vastgelegd dat er een weeskamer opgericht moest worden. Dit was een garantie om ervoor te zorgen dat mensen die geen testament hadden opgemaakt (waarin het beheer van de weeskamer over hun boedel a priori werd uitgesloten) toch verzekerd waren van een juiste verdeling van de nagelaten goederen en gelden. De overheid drukte deze wetten op plakkaten, grote vellen papier, die in de stad en op plantages werden opgeplakt en voorgelezen, zodat alle inwoners van Suriname op de hoogte waren. (Deze uitgevaardigde wetten zijn verzameld in het West Indisch Plakaatboek -redactie Schiltkamp en Schmidt, Emmering 1973).

Ook door de kindertehuizen werden later weeskinderen opgenomen. Hier een groepje (wees)kinderen met enkele begeleidsters van Kindertehuis Alkmaar (opgericht in 1916). Foto: Augusta Curiel.
Ook door de kindertehuizen werden later weeskinderen opgenomen. Hier een groepje (wees)kinderen met enkele begeleidsters van Kindertehuis Alkmaar (opgericht in 1916). Foto: Augusta Curiel.

De eerste regelgeving met betrekking tot de weeskinderen betrof een plakkaat, nr. 116,  van 4 sept 1684. Hier betreft het de oprichting van de weeskamer. Het is een eigenaardig plakkaat omdat het 10 leden bevat, waarvan er 8 over suiker gaan. Men besefte dat en vulde de regels 4 dagen later, op 8 september, aan met een supplement over ‘ons sodanigh te draegen als eerlijckhe luydens betaemt, van weduwen en wesen in alles haer goed recht voor te staen, handhaven en bevorderlijck sijn’. De daaropvolgende wetten waren er steeds op gericht de belangen van de meest zwakken in de samenleving te beschermen.

In de antiquarische collectie van de Stichting Surinaams Museum kom je werkelijk de meest opmerkelijke zaken tegen. Hier betreft het vier werkjes van zo’n 15 bij 10 centimeter, en slechts enkele pagina’s dik, getiteld Instructie en ordonnantie voor de nieuwe wees-, curateele-, en onbeheerde boedels-kamer der colonie Surinaamen, voor zo verre de onbeheerde boedels (&) weeskamers aanbetreft. Ze zijn gedrukt te Amsterdam bij Petrus Schouten, in opeenvolgende jaren vanaf 1787. Dat deze instructies gedrukt werden, en dat kleine veranderingen werden doorgegeven aan het algemene publiek, is opmerkelijk. De kosten van dit drukwerkje van 12 pagina’s zullen niet hoog zijn geweest. Wellicht is de grote aanwas van de vrije zwarte en gekleurde bevolking tegen het einde van de achttiende eeuw een reden geweest voor deze publicatie, want het zal voor zich spreken: deze regels golden niet voor de slaven, maar voor vrije mensen. De regeerders van de kolonie of de gouverneur stelde twee mensen aan als curatoren van de onbeheerde boedelkamers, die tevens weesmeesters waren. Zij droegen de voogdij over alle wezen, die geen hoeders hadden. Als 1 van de partners kwam te overlijden, moest dit worden gemeld, omdat de kinderen ook recht hadden op een deel van de erfenis. Als men weer wilde trouwen na het overlijden van de eerste partner, moest dit ook worden doorgegeven vanwege de rechten van eventuele voorkinderen. De curatoren droegen zorg voor de alimentatie en de opvoeding van de weeskinderen. Daartoe werd een deel van de geinde belastingen door de overheid gereserveerd. Het moge wel duidelijk zijn waarom in die tijd vrijwel iedereen met een beetje kapitaal een testament liet opmaken. De zorg voor de kinderen was (toen al) in ieder geval dan gewaarborgd.