Museumstof 259: De verovering van een fort.

Museumstof 258: Museumnacht 2016
August 28, 2016
Museumstof 260: Oproep tot protest.
August 28, 2016
Show all

Museumstof 259: De verovering van een fort.

Vaak wordt er gesproken van de ruil van Suriname tegen New York in 1667, bij de Vrede van Breda. Eigenlijk is dit een verkeerde voorstelling van zaken; het was meer de handhaving van de status quo: de situatie zoals die op dat moment was. Abraham Crijnssen had Fort Willoughby veroverd op de Engelsen. Die waren in 1650 vanuit Barbados aangekomen in Suriname en hadden in de jaren daarna, met de arbeid van een aantal slaven het Fort gebouwd, destijds genoemd naar gouverneur Willoughby, Lord van Parham. Binnen korte tijd werd er een aantal suikerplantages aangelegd, mede door de inzet van de joden, die met de Engelsen vanuit Barbados waren meegekomen. In Suriname zelf was Lord Byam het hoofd van het contingent soldaten ten tijde van de komst van de Zeeuwen. Die hadden een uitstekend moment uitgekozen om voorbij de bocht in de Surinamerivier te manoeuvreren. In een 9 pagina’s tellende brochure over de verovering van het fort staat dat op het moment dat Crijnssen het fort belegerde, de Engelse soldaten zich elders bevonden. Namelijk in de toenmalige hoofdstad Torarica, 50 kilometer verder op de Surinamerivier. Dit had tot gevolg dat Crijnssen het fort op vrij eenvoudige wijze kon innemen.

portret van Lord Willoughby

portret van Lord Willoughby

Toch is er veel discussie over de strijd, omdat Byam zelf een heel ander verhaal vertelde tijdens zijn getuigenverklaring. Want natuurlijk moest hij tegenover de Engelse koning verantwoording afleggen over waarom de overgave van Fort Willoughby zo zonder slag of stoot had plaats kunnen vinden. En we weten het: je zult jezelf nooit in een kwaad daglicht stellen, al was het alleen al om de zware straf op muiterij te ontlopen. Byam heeft zich dus met een heel andere versie over de inname van het fort verdedigd.

Matthew Parker is in Suriname geweest en heeft ter plaatse de zaken omtrent die inname onderzocht. Daarnaast heeft hij heel wat documenten over de verovering, min of meer bekend, bekeken en getracht een zo zakelijk mogelijk verslag van de gebeurtenissen neer te schrijven in zijn boek ‘Willoughbyland, England’s lost colony’ (Hutchinson 2015). Dit boek gaat grotendeels over de voorgeschiedenis op de verovering in 1667, vanaf de reis van Sir Walter Raleigh naar Guyana en diegenen die in zijn kielzog naar de Wilde Kust trokken. Onder hen bevond zich ook Aphra Behn, de vrouw die in 1688 de antislavernijroman ‘Oroonoko’ schreef. Parker heeft een aantal boeken over het Caribisch gebied gepubliceerd, waaronder de zeer succesvolle biografie van Ian Fleming, de auteur van ‘James Bond’, die veel van zijn werk creëerde op Jamaica.

Parker heeft ook het verhaal van Byam zijn kant laten zien. De verovering van Suriname heeft de Zeeuwen geen windeieren gelegd, al was het maar grote winst voor een kleine groep planters en de suikerhandel om hen heen. New York (dat toen bekend stond als Nieuw Amsterdam) was een opening in de kustlijn van Amerika die verder in zijn geheel in handen van de Engelsen was. Toch leverde die handel (vooral dierenhuiden) in die tijd een stuk minder op dan alleen al de suikerexport vanaf Barbados. Later is New York wel een van de grootste zeehavens geworden en een van s‘werelds belangrijkste steden. Binnen 100 jaar was dat gehele gebied al niet meer onder Engelse controle, maar werd in 1776 de zelfstandige republiek Amerika. Bij Suriname heeft dat langer geduurd: pas in 1975 werden we onafhankelijk.