Museumstof 212: Laat het Tropenmuseum niet stikken!

Museumstof 211: niet de tanden maar het handvat
May 4, 2013
Museumstof 213: Onderhoud als voorwaarde tot behoud 3
June 1, 2013
Show all

Museumstof 212: Laat het Tropenmuseum niet stikken!

De afgelopen dagen circuleren onder bovengenoemde titel berichten rond de subsidiestops waar grote Nederlandse musea, musea die ook voor Suriname van grote betekenis zijn geweest of nog zijn, de dupe van worden. We hebben het meer specifiek over het Tropenmuseum in Amsterdam en het Wereldmuseum in Rotterdam. De economische crisis in Europa heeft verregaande gevolgen die uiteraard ook hun weerslag hebben op cultuur in al zijn facetten. Maar ja, is cultuur niet altijd het eerste kind van de rekening…..? Dat een land met meer dan 800 musea besluit om ook in het museale veld te snijden, bijvoorbeeld door collecties samen te voegen, op personeel te bezuinigen e.d., daar kan echt niets op tegen zijn. Maar het begint je wel te duizelen als je hoort dat bijna de helft van het personeel van het Tropenmuseum de wacht wordt  aangezegd en 27 van de 38 vaste personeelsleden van het Wereldmuseum de laan uit moeten. Dat is niet mis! En uitgerekend deze musea hebben een gigantische staat van dienst, vooral ook internationaal. Bovendien behoren ze tot de oudste Nederlandse musea, hebben mede daardoor de meest prachtige verzamelingen kunnen aanleggen en hebben in hun bestaan een schat aan kennis vergaard. Die kennis zit, behalve in publicaties en beschrijvingen van de aangelegde verzamelingen als het ware gecumuleerd in de hoofden van met name juist de oudere medewerkers die hun congé krijgen. Kennis die voor een deel weliswaar wordt overgedragen maar voor een ander belangrijk deel radicaal en dus definitief wordt uitgewist omdat de kans tot overdracht hun volledig wordt ontnomen. Het Tropenmuseum is bijna 150 jaar en het Wereldmuseum bijna 130 jaar oud.

M 212 - 1M 212 - 2

Beide musea zijn op diverse terreinen van grote betekenis voor het Surinaams Museum geweest, zoals in de eerste plaats de overdracht van kennis die op velerlei manieren en in diverse samenwerkingsvormen tot ons kwam, het samenwerken aan tentoonstellingen en publicaties en zelfs de “teruggave” van cultureel erfgoed. Zo werd bijvoorbeeld bij de oplevering van het met hulp van het Tropenmuseum verbouwde depot van ons museum de Sticusacollectie beeldende kunst geretourneerd. En voor het in 1992 voor het Wereldmuseum verzamelde materiaal voor de tentoonstelling Sranan, cultuur in Suriname, werden na afloop van de betreffende tentoonstelling alle ethnografische objecten geschonken aan het Surinaams Museum. Overigens zijn er meer instanties in Suriname geweest die dankbaar van de hulp van deze musea gebruik hebben kunnen maken, zoals bijvoorbeeld kindermuseum Villa Zapakara dat zijn tentoonstellingen betrekt van het Tropenmuseum. Hoe hard zal de klap, weliswaar met vertraging daar aankomen? En die jarenlange ondersteuning, met zo’n hoog educatief gehalte, dat alles kwam volledig ten goede aan de Surinaamse mens, het kind in de eerste plaats.

Het is toch eigenlijk godgeklaagd dat de politiek, ja, schijn bedriegt, blijkbaar zonder scrupules tot zulke maatregelen in staat is en zich in feite maar weinig aan cultuur gelegen laat liggen. En die maatregelen zijn vaak onomkeerbaar. Als oplossing wordt weleens gedacht aan het verkopen van collecties. Menig buitenlands museum zou dan zijn kans waarnemen. Maar uiteindelijk zal dat blijken een kortetermijnoplossing te zijn. Je bent voor even uit de brand maar daarna is het geld op en zijn de collecties definitief weg.

In Rotterdam zal nu getracht worden om met weinig mensen het museum operationeel te houden. Dat betekent wel dat de depots op slot gaan, dat geen onderhoud aan de collecties kan worden besteed, dat er zwaar wordt gesnoeid in de educatieve programma’s en de vaste opstellingen vermoedelijk een wel heel erg permanent karakter zullen krijgen omdat het tentoonstellingsbudget ook vrijwel tot nul zal worden gereduceerd.

Gek genoeg is dat de situatie die bij het Surinaams Museum al sinds jaar en dag geldt. Ook hier houdt de politiek zich niet of nauwelijks bezig met het cultureel erfgoed. Hoeveel politici van vandaag kennen het museum van binnen of hebben ooit hun belangstellling getoond? Ze zijn waarschijnlijk makkelijk op de vingers van één hand te tellen. Men is zich er niet van bewust dat de identiteit van ons allemaal maar ook de identiteit van de natie, als je dat zo kunt stellen, wortelt in het verleden. Dat verleden leert ons wie we vandaag de dag zijn en dat verleden moeten we dus koesteren. Daarom stopt het museum ook zo veel energie in de educatieve kant van het werk.  Helaas komt dat niet tot uiting in de bijdrage en betrokkenheid die van overheidswege aan het behoud en beheer van haar eigen erfgoed wordt besteed. Bij het Surinaams Museum weten we wat het is om met minimale middelen de deuren open te houden en toch zo creatief te zijn dat er nog enige beweging in de museale activiteiten zit. Maar het duizelt ons ook weleens! De grootste hap van het geld gaat naar het onderhoud van de monumentale gebouwen waar het museum in is gehuisvest, het museale werk lijkt pas op de derde plaats te komen. We kunnen alleen maar hopen dat situaties zoals die zich in het verleden hebben voorgedaan als gevolg van het handelen in de politiek, nooit meer zullen terugkeren: namelijk de sluiting van het Koloniaal Museum op 16 mei 1908 en de, ondanks zware protesten uit het onderwijsveld daaropvolgende liquidatie in 1929 van het Schoolmuseum dat voortbouwde op de collecties van eerstgenoemde. Ook hier was de internationale economische crisis waar Suriname hard door werd geraakt, de oorzaak. De collecties verdwenen uiteindelijk op een veiling en daarmee verdween toen al belangrijk Surinaams erfgoed dat we nooit meer hebben teruggezien, zoals een kist met gegraveerd glaswerk van de plantage Nijd en Spijt waar Susanna Duplessis ooit de scepter zwaaide.

We kunnen vanaf deze plaats de getroffen Nederlandse musea slechts moreel ondersteunen en al kunnen we concreet niet veel doen, het moet duidelijk zijn dat we ze niet zijn vergeten!