Museumstof 211: niet de tanden maar het handvat

Museumstof 210: Een gedeeld verleden
April 27, 2013
Museumstof 212: Laat het Tropenmuseum niet stikken!
May 17, 2013
Show all

Museumstof 211: niet de tanden maar het handvat

Een enkele museumstof terug brachten we u wat informatie over de afrokam en beloofden terug te komen op de versiering. Afrokammen zijn een prachtig voorbeeld van marron houtsnijwerk. Opmerkelijk is dat vorm en inhoud gekoppeld is aan een bepaalde periode, je kunt dus stellen dat de versieringen op de kam aan mode onderhevig waren. We zien dit ook bij de pangistof, die een naam kreeg die vaak was verbonden aan een historische gebeurtenis. Het Surinaams Museum heeft hier een mooie collectie van, evenals angisa, waarvan de namen ook vaak naar bepaalde data of belangrijke personages verwijzen. Als deze traditie in ere was gehouden, zou er zeker een nieuw ontwerp zijn gemaakt voor de kroning van Willem Alexander, op 30 april 2013. Of misschien wel een nieuw houtsnijwerkmotief voor een kam.

Vooral Richard en Sally Price hebben onderzoek gedaan naar het houtsnijwerk van de marrons, met name de Saramaka. Volgens hen waren voor de afschaffing van de slavernij gereedschappen schaars en kostbaar. Toen er regelmatiger contacten met de kust kwamen, wendden de marrons  ook meer en meer speciale messen aan om hun houten voorwerpen te versieren met snijwerk. Aanvankelijk waren de ‘uilenogen’ in de mode; hele of halve cirkels werden uit het hout gesneden. De ‘apenstaart’, krullen en spiralen, de tweede stijl die daarna populair werd, was veel verfijnder. Er kwam meer boor- en tandwerk aan te pas. De snijders vulden de ruimte helemaal op, waardoor het druk over kan komen. Aan het einde van deze periode, tegen 1930, gebruikte men veel siernagels. Dit gebruik verminderde weer bij de opkomende stijl drie, die vooral in elkaar verstrengelde, lintachtige decoratie liet zien waarbij het lijkt of het hout voor en achter elkaar doorloopt. Het bas-reliëf is prachtig; door hout weg te snijden lijkt het alsof de linten er boven op liggen, er is dus een hoogteverschil aangebracht in het hout. De laatste periode van de vierde stijl, die zijn aanvang vond rond 1950, laat hoekiger vormen zien en de lijnen worden ingesneden, alsof ze gearceerd zijn plus deze hebben veel uitgesneden tandjes.

musstof-211-kamDiverse vroege kammen zijn dus versierd met koperen nagels: ronde sierspijkers die vaak aangewend worden bij het stofferen van meubels. Volgens Helman (1977) herinneren deze koperen nagels de mannen aan het strelen van de kamba. Dit zijn de scarificaties die veel marronvrouwen vroeger hadden op voornamelijk erogene zones van het lichaam. Met een mesje maakten oudere vrouwen kleine, dicht bij elkaar liggende sneden op het lichaam van jonge meisjes. Deze werden ingesmeerd met het as van houtskool, zodat zich keloied vormde, littekenweefsel, en deze patronen werden kamba of kamemba genoemd. Bij de Aluku waren sommige van deze patronen identiek met die op het houtsnijwerk.

Opmerkelijk is dat de versieringen op kleinere voorwerpen zoals kammen eerder veranderden dan patronen op grote voorwerpen, zoals deurpanelen. Waarschijnlijk werden kammen vaker gemaakt door beginnende houtsnijders, die jonger waren dan de geroutineerde ouderen. Elke stijl heeft zijn variaties. Helman merkte op dat mode veel te maken heeft met ‘pisii’ (plezier), en dat maakt de zaak wel duidelijk. Jonge mensen introduceren een nieuwe trend, de ouderen mopperen en klagen (voor de show), maar gaan uiteindelijk toch overstag. En dat is mooi te zien aan de verschillende stijlen op de kammen.

Bron: Sally & Richard Price, De kunst van de marrons (Amsterdam: KIT 1999)