Museumstof 82: Een gevoelige snaar raken

Museumstof 81: Wie wat bewaart, heeft wat – 4
May 5, 2006
Museumstof 83: De bijbel, tijdloos en actueel
June 6, 2006
Show all

Museumstof 82: Een gevoelige snaar raken

Met het verschijnen van het boek “Drie eeuwen Banya” van Trudi Martinus-Guda enkele weken geleden, is het niet verwonderlijk dat deze oude dans- en muziekvorm weer volop in de belangstelling staat. Daarom willen we in deze museumstof aandacht besteden aan de muziekinstrumenten die in het bezit zijn van de Stichting Surinaams Museum. In de collectie van het museum aan de Commewijnestraat is een grote collectie oude en nieuwere instrumenten aanwezig, uit allerlei culturen.

In deze museumstof gaan we wat dieper op één ervan in. Het betreft hier een eensnarig instrument. Dit is onder andere afgebeeld in het boek “Narrative of a five years expedition […]” van John Gabriël Stedman (1796) dat in vele edities is verschenen. Van oktober 1772 tot april 1777 hield hij een dagboek bij over zijn verblijf als soldaat in Suriname, waarin hij een schat aan informatie neerpende, onder meer over de gewoonten van de slaven en indianen. Hij genoot erg van het ‘baljaren’ (dansen) en heeft ter illustratie een tekening gemaakt van 18 instrumenten die door de slaven werden bespeeld. Stedman beschrijft het betreffende eensnarige instrument als volgt: de naam van deze is een Benta, een tak die gespannen is als een boog, door een snaar van droog riet (Warimbo), wanneer het tegen de tanden gehouden wordt slaat men de draad aan met een korte stok. Heen en weer bewogen klinkt het niet ongelijk een Joodse harp.

Een kijkje in het aangehaalde diorama. De man rechts bespeelt de Benta. (Momentopname uit het STVS actualiteitenprogramma Suriname Vandaag van 29 november 2005.)

Deze Benta lijkt dus een soort mondharp te zijn waarvan de oorspong in Afrika ligt. Dat het ‘baljaren’ een feest was om te zien, blijkt niet alleen uit de beschrijvingen van Stedman.  Gerrit Schouten heeft in de eerste helft van de 19e eeuw een aantal diorama’s gemaakt waarin ‘baljarende’ slaven en vrije negers zijn nagebootst. Hieruit blijk wel weer de enorme cultuurhistorische waarde van de drie diorama’s die Nederland aan de Republiek Suriname heeft geschonken bij de viering van 30 jaar onafhankelijkheid, vorig jaar november. In een van deze diorama’s is een slavendans te zien waarbij diverse instrumenten bespeeld worden. Daaronder bevindt zich de Benta.

Veel van de oude muziekinstrumenten worden niet meer gebruikt, wat jammer is. Naar de beschrijvingen te oordelen brachten ze goed in het gehoor liggende, aantrekkelijke klanken voort. De Afrikaanse oorsprong blijkt uit het gebruik van een soortgelijk instrument, de berimbao, in Brazilië. Hier is de klankkast niet langer de mond, maar is er een kleine afgetopte kalebas aan gebonden die af en aan met de open zijde tegen de buik aangedrukt wordt en zodoende het geluid meer timbre geeft. De muzikant bespeelt de (metalen) snaar niet met een houten stok, maar met een steen. Dit instrument kun je steeds horen in de kleine formaties (met trommels) die het capoeira-gevecht begeleiden. Zowel de muziekvorm als de gevechtsdans zijn onder de ex-slaven en hun nakomelingen van de regio Bahia tot een ware kunst verheven. Omdat enkele Brazilianen deze gevechtsdans tegenwoordig ook in Paramaribo praktiseren, vindt het bespelen van een benta-achtig instrument hier wellicht ook weer ingang.

De afbeelding van de muziekinstrumenten in het boek van Stedman, waaronder de benta, is te zien in het museum. Dit boek is namelijk digitaal te bezichtigen op een touch-screen waarbij de bladen in een vloeiende beweging kunnen worden omgeslagen. Vraagt u er naar wanneer u het museum bezoekt. De suppoosten wijzen u graag de weg.