Museumstof 78: Wie wat bewaart, heeft wat – 4

Museumstof 77: Waerachtich verhael
January 15, 2006
Museumstof 79: In memoriam Corry Promes
March 3, 2006
Show all

Museumstof 78: Wie wat bewaart, heeft wat – 4

Het is alweer enige tijd terug dat we in museumstof aandacht schonken aan objecten die aan het museum werden geschonken. We hebben beloofd daar regelmatig gewag van te maken en dan ook iets te schrijven over hoe dat in zijn werk gaat. Daarbij zijn zaken als schenkingen, nalatenschapen, legaten e.d. al eens aan de orde geweest. Slaat U aflevering 65 er bijvoorbeeld maar eens op na. Vaak verwacht degene die de schenking doet dat die schenking dan met naam en toenaam in de openbare opstelling geplaatst wordt. Meestal is dat niet het geval. Slechts in bijzondere gevallen wil dat wel voorkomen. Denkt U maar aan het stenen precolumbiaanse masker in de archeologietentoonstelling dat enkele jaren terug werd gevonden en enig in zijn soort bleek te zijn. In het geval van permanente tentoonstellingen staan collectiestukken over het algemeen dan ook permanent tentoongesteld. Bij tijdelijke tentoonstellingen wordt, als het geen bruiklenen van derden betreft, geput uit de eigen collecties. Na afloop van de tentoonstelling verdwijnen de voorwerpen dan weer in het depot.

In het museumdepot liggen duizenden voorwerpen, die stuk voor stuk de moeite van het bewaren waard zijn. Schenkingen kunnen soms een hiaat in een bestaande collectie opvullen en ze kunnen belangrijke uitbreidingen van collecties betekenen. Daardoor leent zo’n collectie zich in voorkomende gevallen ook veel beter voor wetenschappelijk onderzoek. Op basis van een paar potscherven kun je lang niet zo’n uitgebreid archeologisch onderzoek doen als op basis van een omvangrijke collectie.

Het komt ook wel eens voor dat een collectie door middel van ruil kan worden uitgebreid. Overtollige of dubbele collectiestukken kunnen bijvoorbeeld met andere musea geruild worden tegen stukken die juist een belangrijke aanvulling op de eigen collectie betekenen.

Een wat gecompliceerd voorbeeld daarvan vond plaats in 1988. Ter voorbereiding op de tentoonstelling “Let them talk”, over de ontwikkeling van de kleding van de creoolse vrouw, werd een unieke angisa voor restauratie naar Nederland gestuurd. De restauratie die meer dan honderd werkuren in beslag nam kon niet door het museum bekostigd worden. Een tweetal instellingen in Nederland betaalden elk een deel van de restauratie in ruil voor een of twee angisa’s die dubbel of zelfs driedubbel voorkwamen in onze collectie. Zo kon elders aan collectieuitbreiding gedaan worden en konden wij een uiterst zeldzaam collectiestuk voor de toekomst bewaren.

Omdat het Surinaams Museum niet over een aankoopbudget beschikt, komt het slechts op beperkte schaal voor dat ten behoeve van collectieuitbreiding iets kan worden aangekocht. Dat betekent helaas dat nogal eens stukken aan onze neus voorbijgaan.

In eigen huis is de gedachte opgekomen om een speciale vitrine in te richten waarin de meest recente aanwinsten getoond kunnen worden. De oudste aanwinsten in de vitrine maken dan steeds plaats voor de nieuwste. Zo blijft de vitrine als het ware in beweging en heeft het publiek steeds een goede indruk van wat er zoal aan de collecties wordt toegevoegd. Over niet al te lange tijd hopen we een en ander gerealiseerd te hebben. We houden U op de hoogte.

MS078

Tot slot een voorbeeld van een vrij recente schenking. Op de foto is een houten boot afgebeeld met precies honderd inzittenden. Deze boot is afkomstig uit Ghana en is een schenking van mevr. Esseboom. Toen zij eens op vakantie was in Ghana en deze boot zag, kon zij het niet laten hem te kopen. De boot deed haar namelijk sterk denken aan haar eigen jeugd toen zij dagelijks met de boot naar school moest. Nadat zij bij ons geinformeerd had of wij belangstelling hadden, stuurde Mevr. Esseboom ons vanuit Nederland deze boot toe. Hoewel het een niet Surinaams object betreft, is de historische band met Ghana uiteraard doorslaggevend geweest bij de keus om deze schenking te accepteren!