Museumstof 76: Het verleden ontsluierd

Museumstof 75: Avond met Accord. Over dappere vrouwen
November 20, 2005
Museumstof 77: Waerachtich verhael
January 15, 2006
Show all

Museumstof 76: Het verleden ontsluierd

Bent u wel eens de permanente tentoonstelling ‘Archeologie; Suriname voor Columbus’ gaan bekijken in Fort Zeelandia? Zo ja, dan heeft u eeuwenoude voorwerpen kunnen bewonderen: pijlpunten, bijlen, sieraden, messen en versieringen in aardewerk. Zo niet, dan is een bezoek zeker aan te raden. De tentoonstelling behandelt de periode vóór 1500, dus voordat Columbus Amerika ontdekte, en gaat in op de cultuur van de inheemsen die al zo’n tienduizend jaar geleden hier naartoe kwamen. Een ongelooflijk lange tijd geleden, maar toch zijn er sporen gevonden van deze mensen. Veel voorwerpen die ze gebruikten zijn al vergaan, maar het geduldige zoeken en graven door archeologen levert regelmatig mooie vondsten op.

Mijn favoriete vitrine is nummer 6D. Hierin liggen sieraden die gemaakt zijn door Indianen van de Kwatta-cultuur. Kwatta wordt als aparte groep beschouwd binnen de zogenoemde Arauquinoïde traditie. Op Kwatta-vindplaatsen (‘sites’) zijn veel bijzondere voorwerpen van steen, schelp en bot gevonden, zoals kralen, projectielpunten, bijlvormen en complexe dierfiguren. Mijn favoriete voorwerpen zijn de kikkertjes van steen. De meeste zijn te Kwatta Tingiholo gevonden, nabij Paramaribo. (Vandaar de naam Kwatta; de groep is vernoemd naar de site.) Waarschijnlijk zijn ze daar eeuwen geleden ook gemaakt.

Pronkstuk in de vitrine is een prachtig kaaimannetje van schelp dat in 1962 op deze site werd gevonden. Zeer waarschijnlijk was op de plaats van deze site een productiecentrum gevestigd. De Kwatta-Indianen hebben kennelijk een speciale rol gespeeld in het noorden van Zuid-Amerika met het tot eindproduct verwerken van complexe vormen in vooral steen- en schelpmateriaal. Dit was ook het enige productiecentrum van dit soort dierfiguurtjes in het noorden van Zuid-Amerika. Aangenomen wordt dat de Kwatta-cultuur een belangrijk en kostbaar product maakte dat in trek was tot ver buiten het eigen gebied.

De kikkertjes zijn van groensteen (rhyoliet) gemaakt. Volgens een mythe zouden deze groenstenen van de Amazonen (vrouwelijke krijgers) komen. Klei, uit een meer opgedoken, zou zich tot groensteen verhard hebben aan de oppervlakte. Deze kikkers komen inderdaad voor in het Centraal Amazonegebied. Ze zijn daar van nefriet gemaakt. De meeste Surinaamse exemplaren zijn echter van rhyoliet.

Aquarel van een in klei uitgevoerd gezichtje. (Voor een afbeelding van het hier genoemde kaaimannetje, zie museumstof 51)

Nadat ze in Kwatta Tingiholo waren gemaakt, verhandelde men ze. Het is niet duidelijk hóé ze verhandeld werden. Een mogelijkheid is dat men in het Brownsberggebied de gewenste steensoort ging halen, men de steen thuis ging bewerken en het eindproduct vervolgens verkocht aan andere groepen, zoals de Hertenrits. Een andere mogelijkheid is dat er een ‘markt’ was bij de Kwatta. De Brownsberg-mensen kwamen stroomafwaarts met hun materiaal. De Hertenrits-groep kwam er ook met andere handelswaar. Kwatta kocht steen in en verkocht de kikkers aan de Hertenrits. Wat zou er in ruil gegeven kunnen zijn? De kostbare kikkers zouden tegen boten, hangmatten, jachthonden of gereedschap om cassave te bereiden geruild kunnen zijn. Misschien waren het wel onderdelen die werden uitgewisseld bij een huwelijk. Veel blijft nog een raadsel. De sluiers van het verleden laten zich niet gemakkelijk optillen!

Momenteel wordt er bij de educatieve dienst van het museum gewerkt aan educatief materiaal bij deze tentoonstelling. Leerlingen van de twee hoogste klassen van het lager onderwijs en van de twee laagste klassen van het middelbaar onderwijs kunnen hiermee zelfstandig de tentoonstelling gaan bekijken. Door de voorwerpen die ze zien, de uitleg die gegeven wordt en de vragen en opdrachten die ze maken, wordt voor hen in ieder geval een gedeelte van het Indiaanse verleden ontsluierd!

Vera Bot (stagiaire bij het Surinaams Museum).