Museumstof 61: Dresi mi, o mi datra

Museumstof 60: Bepaald geen misbaksels
July 3, 2004
Museumstof 62: Ligging Fort Zeelandia
August 1, 2004
Show all

Museumstof 61: Dresi mi, o mi datra

Quassie van Nieuw Timotibo staat momenteel weer erg in de belangstelling door de uitgave van een boek over hem: ‘Trouw aan de blanken’ . We willen in deze museumstof wat aandacht aan hem besteden om twee redenen: vanwege de afbeelding die van hem werd gemaakt en vanwege het feit dat hij werd opgesloten in Fort Zeelandia.

Een handgekleurde gravure van Quassie, afgebeeld in Stedmans Narrative of a five years expedition against the revolted negroes of Surinam, Londen, 1806.

In januari 1744 is Quassie voor 4 maanden op het fort gevangen gezet omdat hij beticht  werd van illegale handel in goederen, wapens en mensen. Maar veel belangrijker leek de beschuldiging dat hij “het respect aan blanck verschuldigt verre te buiten was gegaan”. Hij was tegen de plantagedirecteur Pierre d’Anglade tekeergegaan en was daardoor een slecht voorbeeld voor de andere slaven. Hem werd daarna dan ook opgedragen zich zo min mogelijk in het openbaar te vertonen.

Dat dit verbod in later jaren niet meer gold, blijkt wel uit de afbeelding die John Gabriel Stedman in 1776 van hem maakte. Deze tekening is tot een gravure gemaakt en in de vele edities van het boek van Stedman verschenen. Quassie poseert in het kostuum dat hij als gift heeft ontvangen van Prins Willem V, die hij in de Nederlanden had bezocht. Hij was tot dit bezoek uitgenodigd omdat hij bekendheid had gegeven aan de Kwasibita, een naar hem vernoemd kruid met grote geneeskrachtige werking. Bij het overlijden van Quassie in 1787 schreef Paul François Roos een grafschrift:

Grafschrift voor Gran Mama Quassie

Hier rust een Grysaart, die in’d omkreits van zijn leeven

Aan ’t Land van goed en kwaad veel blyken heeft gegeeven

Die en den Neger, en den woesten Indiaan,

Om zyne Tover-Konst, steeds deedt verwondert staan!

Indien dit Volk die konst naar waarde wist te roemen,

Het zou hem thans Apol in plaats van Quassie noemen.

Opmerkelijk is dat Roos hier een vergelijking trekt tussen Quassie en de Griekse god Apollo. In de tijd van de Verlichting grepen veel kunstenaars terug naar elementen uit de klassieke oudheid om maatschappelijke verschijnselen te beschrijven, bijvoorbeeld in de poëzie of de literatuur. Apollo is een van de belangrijkste goden, degene die de redelijke, geciviliseerde kant van de menselijke natuur symboliseert. Ook was hij verbonden met waarzeggerij. Tevens is hij de god van de gezondheid en de geneeskunst. Vaak wordt Apollo met een staf afgebeeld, een herdersstaf of soms het esculaapteken, een staf met eromheen kronkelende slang als embleem van geneeskundigen. Evenals Roos kende Stedman zijn klassieken en heeft Quassie afgebeeld zoals Roos hem heeft beschreven; hierbij is de staf het belangrijkste kenmerk. Op oude foto’s zien we de Granmans en kapiteins steeds met een dergelijke staf met zilveren knop. Tot op de dag van vandaag maken de huidige boslanddignitarissen nog steeds gebruik van een dergelijke staf, als teken van hun waardigheid. De betekenis van diverse symbolen, iconografie, is op de afbeelding van Stedman opvallend. Zo staat Quassie als een reus tussen wat vermoedelijk de woning is van de gouverneur en Fort Zeelandia. Een aantal minuscuul kleine soldaten voeren hun exercitie uit op het Oranjeplein. Quassie licht zijn hoed en lacht, alsof hij Stedman op ‘gepaste’ wijze wil groeten.

Bron: Frank Dragtenstein, ‘Trouw aan de blanken’, Quassie van Nieuw Timotibo, twist en strijd in de 18e eeuw in Suriname (KIT Publishers 2004)