Museumstof 55: Van de kaart vegen

Museumstof 54: Trowoso fara ma wi ati de na feest
March 22, 2004
Museumstof 56: Scholenbezoek
April 7, 2004
Show all

Museumstof 55: Van de kaart vegen

Soms klagen mensen dat ze voor gedane arbeid niet voldoende erkenning hebben gekregen. Laat dit hen een troost zijn: vroeger kwam dit verschijnsel ook voor. Al lang wilden de directeuren van de Sociëteit van Suriname een nieuwe kaart van het land. Er was een groot aantal nieuwe gronden uitgegeven; de bestaande kaarten waren niet meer actueel. De nieuwe kaart werd gemaakt door Alexander de Laveaux. Deze uit Berlijn afkomstige militair arriveerde in 1729 in Suriname en maakte enkele tochten tegen de marrons mee. Tijdens het trekken door enkele tot dan toe niet in kaart gebrachte gebieden, maakte de vaandrig opmetingen.

Hij zond een deelkaart van de Surinamerivier naar gouverneur De Cheusses. Deze was zo enthousiast over de kwaliteit dat hij De Laveaux in 1734 de opdracht gaf een kaart te vervaardigen van geheel Suriname. In 1736 kon hij zelf het ontwerp voorleggen aan de directeuren, die de kaart uit koper lieten snijden voor een gravure. Prachtige figuren versieren de rand. Op de kaart zijn de namen van 400 plantages en hun eigenaren in de marge vermeld. Dit levert dus uitstekend bronnenmateriaal op. Zo blijkt uit de namen (verrassend genoeg) dat ongeveer 10 % van de eigenaren van het vrouwelijk geslacht was. De kaart is vele malen afgedrukt, zelfs op zijde, en later met de hand ingekleurd.

Fragment uit de kaart van de Laveaux, ca. 1770. Samenvloeiing Commewijne- en Surinamerivier met o.a. Fort Nieuw Amsterdam, Sociëteits kostgrond en de redoutes Purmerend en Leyden

Dit meesterstuk was aanleiding voor de directeuren om De Laveaux tot kapitein te bevorderen. Verder zou hij in Suriname als ingenieur verantwoordelijk gesteld worden voor de inspectie van de fortificatiewerken. Fort Zeelandia zou een belangrijke rol in zijn leven gaan spelen, maar niet op de manier zoals hij had verwacht. Bij terugkomst in Suriname bleek de nieuwe gouverneur, De Schepper, helemaal niet zo onder de indruk te zijn van zijn werk. De Laveaux besloot na heel wat strijd in 1741 zijn gelijk in Holland te gaan halen. Helaas had hij niet vermeld dat hij Suriname zou verlaten, wat de gouverneur aanmerkte als desertie. Op verspreiding van zijn signalement werd hij op St. Christophe aangehouden: redelijk kloek van persoon, doch schraal en mager, bruin van tronie, zwaar van baard, trekkend naar het blauwe, de ogen uit het hoofd puilend, gewoonlijk een zwarte pruik dragend. Na terugkeer in Suriname werd De Laveaux  in de ruimte boven de poort van Fort Zeelandia opgesloten. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij dertig pagina’s lange ‘memories’, brieven aan de gouverneur (in het Frans), waarin hij over van alles lamenteerde en de soldaten van Fort Zeelandia beschuldigde van een complot, gepaard gaande met godslastering en duivelsbezweringen.

Hem werd het predikaat ‘krankzinnig’ opgeplakt. Het doodvonnis werd uiteindelijk door gouverneur Mauricius omgezet in uitzetting en zo vertrok De Laveaux in 1744 uit Suriname.

Deze kaartenmaker die het land als zijn broekzak kende, heeft dus maar weinig erkenning genoten. Zijn kaarten zijn echter van onschatbare waarde en zijn vaak onderdeel van een tentoonstelling in Fort Zeelandia. Nu zijn ze te zien in: ‘Susanna du Plessis, portret van een slavenmeesteres.’ De kaart van 1734, waarop de Commewijne nog staat afgebeeld als bosgebied, is in een bijgewerkte versie herdrukt rond 1770. Een groot aantal plantages, aangelegd ná de bouw van Fort Nieuw Amsterdam aan de Commewijnerivier, is hierop ingetekend. En natuurlijk zijn de namen van de eigenaren aangepast. Hierdoor kunnen we nagaan hoeveel plantages er nog in het bezit van hun oude meesters waren. De poging om Alexander van de kaart te vegen mislukte. Tot op de dag van vandaag maken we dankbaar gebruik van zijn werk.

Bron: Jos Fontaine: Zeelandia, de geschiedenis van een fort (1972).