Museumstof 53: Suriname voor Columbus 2

Museumstof 52: Ondrofeni sa leri yu
January 5, 2004
Museumstof 54: Trowoso fara ma wi ati de na feest
March 22, 2004
Show all

Museumstof 53: Suriname voor Columbus 2

Wanneer je de archeologietentoonstelling ‘Suriname voor Columbus’ in Fort Zeelandia binnengaat, loop je een trappetje af, waarop jaartallen zijn geschilderd. We gaan terug in de tijd. Op de laatste trede van de trap staat het jaartal -10.000. Dit staat er, omdat de oudste artefacten in de collectie van de Stichting Surinaams Museum voorwerpen zijn van ongeveer tienduizend jaar oud. Aan de hand van deze voorwerpen kunnen we dus ook veronderstellen dat in die periode de eerste menselijke bewoning van ons land plaatsvond. De oudste sporen van bewoning in Suriname zijn gevonden in de Sipaliwini Savanne. Jagersgroepen trokken die grote open vlaktes binnen en doodden groot wild met speren en kleiner wild met pijl en boog. Zij jaagden op herten en andere zoogdieren en verzamelden vruchten.

Er zijn momenteel zo’n 400 locaties (sites) waar sporen van menselijke bewoning zijn gevonden, in kaart gebracht. Natuurlijk zijn er veel meer, maar onbekende sites worden voornamelijk ontdekt zodra er wegen worden aangelegd of wanneer er nieuwe bewoning plaatsvindt. De meeste sites zijn werkplaatsen waar de oudste bewoners van ons land hun werktuigen maakten met een afslagtechniek. Op de sites zijn projectielpunten van verschillende vorm gevonden. Verder ronde afslagstenen waarmee de pijlpunt werd gevormd. Ook zien we afslagen en gebroken pijlpunten, stenen messen, vuistbijlen en krabbers om huiden schoon te maken.

Een op de Sipaliwinisavanne gevonden pijlpunt

Het leven van vóór Columbus moet gereconstrueerd worden door de archeoloog. Alleen niet vergankelijke materialen zoals aardewerk, steen en soms schelp en bot blijven bewaard. Ook houtskool, en dat kan vaak zorgen voor de datering van het voorwerp, of de site. Het probleem is dat alleen van materiaal dat ooit heeft geleefd, de ouderdom kan worden bepaald. Zo kun je de leeftijd van hout determineren door jaarringen. Een boom stopt in de winter met groeien. Elk jaar van een boom kun je terugvinden in een jaarring. In de tropen hebben bomen echter geen jaarringen, omdat hier geen winters zijn.

De Amerikaan Willard Libby heeft in 1947 uitgevonden dat bomen een bepaalde stof bevatten, koolstof of C-14.  Libby zag dat een aantal jaarringen in bomen overeenkwam met een vastgestelde hoeveelheid C-14. We kunnen de leeftijd van een voorwerp bepalen met de C-14 ouderdomsbepaling. Alle levende wezens nemen tijdens hun leven namelijk koolstof op. Op het moment van sterven stopt de stofwisseling. De C-14 in het voorwerp verandert naarmate de tijd voortschrijdt in C-12. De C-14 neemt af door natuurlijk verval. De halfwaardetijd van C-14 bedraagt iets meer dan 5000 jaar. Dat betekent dat elke 5000 jaar de hoeveelheid C-14 in een stof halveert. Uit de verhouding tussen de C-14 en de C-12 delen in een monster kan men dus de ouderdom van het materiaal bepalen.

Je kunt dus alleen de ouderdom bepalen van voorwerpen die geleefd hebben, zoals planten, dieren en mensen. Als je alleen een pijlpunt vindt, kun je dus niet zeggen hoe oud die is. Toch weten we dat ongeveer 10.000 jaar geleden de eerste bewoners naar ons land kwamen omdat de pijlpunten die gevonden zijn in de buurt lagen van botten van dieren die door de jagers zijn afgeschoten. En van die botten is door middel van de C-14 methode de ouderdom bepaald. Tienduizend jaar!

Bron: Aad Versteeg, Suriname voor Columbus (Stg. Surinaams Museum, Paramaribo 2003).